Todra- en Dadeskloof

 

 

 

Heenreis

 Assilah

 Larache

Rabat

El Jadida

Oualidia

Safi

Essaouira

Taghazoute

Guelmim

Tan Tan

SidiAkhfennir

Tiznit

Tafraoute

Taroudant

Taliouine

Agdez

Zagora

Ouarzazate

Todra/Dades

ABenhaddou

Marrakech

Terugreis

Reisafstand

Links

 

 

Bijzonderheden

De Todrakloof

De Todrakloof is een touristische trekpleister en niet onterecht. Busladingen dagjesmensen komen dit wonder der natuur aanschouwen. Via een doorwaadbare plaats kom je in de kloof. Enorme rotswanden van 300 meter hoog rijzen steil omhoog. De tussenruimte tussen de wanden is op het smalste punt 30 meter. Hier stroomt de rivier de Todgha door. Op de betonplaten langs de rivier kun je parkeren. Bijna op het eind van de kloof is een hotel met restaurant. Vele berbermannen bieden in hun kraampjes onder de steile wanden hun koopwaar aan. In de middag gaat het vaak verschrikkelijk hard waaien. Op sommige punten moet je je krampachtig staande houden.

De Dadeskloof

Vanaf Boumaine-du-Dadès loopt de rivier de Dadès zo ongeveer 25 kilometer het dal in, waar vele populieren, amandel- en notenbomen groeien. Bij de gorge wringt de rivier zich tussen de steil omhooggaande rode rotsen door. De wanden in de smalle kloof gaan wel z'on honderd tot honderdvijftig meter de hoogte in. In de omgeving van de kloof kun je goed wandelen. Doe dit wel met een gids. Om bij de kloof te kunnen komen moet de camper flink klimmen en moeten vele haarspeldbochten genomen worden. Als je de gorge uit bent vind je even verderop aan de linkerzijde een hotel/restaurant met camping.

Vrijdag 7 april.

Na het betalen van 38 dirham aan de campingbaas van de municipal, reden we om half tien de poort uit. Het was even lastig om de juiste weg richting Tineghir, de Todrakloof te vinden. Maar na even zoeken zaten we op de juiste weg. Het weer was prachtig, strak blauwe lucht en lekker temperatuurtje. Na het verlaten van de buitenwijken van Ouarzazate reden we weer door een eindeloos woestijnachtig landschap met hier en daar enkele kamelen. Spoedig kwamen we bij het grote stuwmeer "Barrage El Mansour" aan. Via een zeer hobbelige weg zijn we richting meer gereden. Op een rotsplateau hebben we uitgebreid met onze vrienden koffie gedronken. Met een paar campers zou je hier prachtig kunnen overnachten. Een half uurtje zijn we er gebleven en daarna via de ribbelweg naar de N10. Alweer een saaie droge woestijn zover het oog reikte. De weg was rustig en goed te berijden, weinig verkeer en bijna geen tegenliggers. Wel raasden ons enkele taxis en touringcars voorbij. In het stadje Skoura zijn we even naar het

 centrum gereden om brood en groenvoer te kopen. Inmiddels was de temperatuur opgelopen tot in de buurt van de dertig graden. Toen we onze voorraden weer hadden aangevuld hebben we de N10 weer opgezocht. Het wegdek op de doorgaande weg in Skoura was belabberd, evenals de straten in andere stadjes. Het woestijnachtig landschap bleef, de weg begon te stijgen. We moesten de pas Tizi-n-Taddert op 1371 meter hoogte over. Een tankwagen zwaar beladen zat voor ons, walm en stank kwamen de camper binnen. Inhalen was te gevaarlijk. Een tijdje moesten we achter dit rokende gevaarte blijven. Op een recht stuk in de weg konden we passeren. Boven op de pas hebben we een stop gemaakt. Een schitterend uitzicht op de ons achter liggende woestijn viel ons ten deel. Vaak vind je op zo'n pas torentjes met kantelen in de kleuren oker of terra. Een steile lange afdaling bracht ons weer in de woestijn. Het vervolg van de route ging door vele kasba's, links en rechts passeerden we van die leemkleurige blokkendozen(huizen) tussen de palmen. Bij Boumaine Dadès hebben we Tineghir aangehouden. Weer woestijn, eindeloos! D N10 slingert zich door een dor en droog gebied met weidse uitzichten. Tegen vier uur

 reden we de langgerekte stad Tineghir binnen. Veel winkeltjes aan beide zijden van de weg. De terracotta kleurige huizen die goed onderhouden waren tekenden prachtig tegen de blauwe lucht af. Bij de afslag Todra-kloof zijn we op Ait-Ouaritane

 aangereden. De weg begint daarna te stijgen. Vanaf grote hoogte heb je een fraai uitzicht op het stadje met zijn honderden groene palmen en vierkante akkertjes. Op de parkeerplaats in de grote bocht zijn we gestopt om foto's te maken. Aan de rand van het dal

 lagen enkele kamelen, die ons lodderig aankeken. Ook bevonden zich kooplieden op het terrein. We werden gevraagd om iets te kopen of te ruilen tegen vêtement (kleding). Een paar mooie kettingen waren snel geruild. Na het drinken van fris zijn we in de zwoele hitte verder gereden. Na een aantal kilometers kwamen we in de afdaling. Aan onze linker zijde gebergte, rechts van ons de prachtige groene vallei. Op het laagste punt aangekomen zijn we de droge rivierbedding overgestoken. Op de linker oever bevond zich camping "Le Soleil", die zijn we voorbij gereden. We wilden overnachten op camping de Atlas waar we om half zes aankwamen. Een steil hellinkje bracht ons bij de receptie. Op onze vraag waar we konden staan was het antwoord:"Waar U maar wilt". Links achterin vonden we een geschikt plekje langs de lemen muur. Onze vrienden Atze en Marianne arriveerden een kwartier later. De kleine camping ligt in een palmentuin met aan de achterzijde het riviertje de Toghda en een groot palmenbos. Het sanitair is schoon en van goede kwaliteit. Het restaurant met open terras ziet er fraai uit. Een model camping dus. Het campingtarief was 40 dirham per nacht. Totaal aantal afgelegde kilometers 179. Tot laat in de avond genoten van de geluiden om ons heen.

Zaterdag 8 april (Todrakloof)

Toen we om acht uur wakker werden lag onze camper in de schaduw van de machtige palmen. Na het ontbijt zijn we om negen uur van de camping weggereden. Omdat je voor de Todrakloof rechtsaf moet en de oprit van de camping vrij steil is met een scherpe te nemen bocht naar rechts kan dit vooral als er auto's of bussen aankomen problemen opleveren. Laat iemand op de uitkijk gaan staan. Wij konden de bocht niet halen en zijn linksaf geslagen, even verderop zijn we gedraaid. Via een smalle weg met aan weerskanten okerkleurige huizen en steile bergwanden kwamen we aan bij de doorwaadbare plaats. Aan een oude baas moesten we 5 dirham tax betalen. Op de 10 rose bonnetjes van 0,50 dirham die de man ons gaf stond "Province Ouarzazate-Ption

 Tinghir" gedrukt. Nog een klein stukje doorgereden en toen reden we de indrukwekkende kloof binnen. Omdat het nog vroeg was lag de kloof volledig in de schaduw. Steile roodkleurige basaltwanden gingen steil omhoog. Met kramp in de nek volgden we

 de contouren van de wanden tot in de hemel. Op sommige plaatsen was het zo smal, dat het net leek alsof de wanden tegen elkaar kwamen. Hier voelden we ons nietig, dit was iets groots, iets onheilspellends. Langs de vrij brede met betonplaten bedekte

 

 weg liep het rviertje. Het glasheldere water werd gedronken, er werden jerryvcans gevuld en enkele vrouwen deden de was. Toen we de wagen langs de steile wand parkeerden, wilde een jongetje op de wagen passen. Een andere jongen bood ons een gevlochten kameeltje aan. Hiervoor gebruiken ze gedroogde palmbladeren. Voor 10 dirham mochten we het kunstnijverheids werkje hebben. Een paar viltstiften en een tolletje gebruikten we als ruilmiddel, beide partijen tevreden. Te voet zijn we de kloof ingelopen. Het was er druk met touristen. Hele busladingen werden gebracht. Bij het restaurant zijn we het riviertje overgestoken om de andere kant van de steile rotswand te kunnen aanschouwen. Na een half uur waren we terug bij de wagen. Tijdens de koffie kwamen een paar berber-vrouwen met ezels langs, ook zij bedelden. Ze wezen naar onze fruitschaal en wilden sinaasappels

 hebben, die hebben we ze maar gegeven om van het gezeur af te zijn. Toen we aan de andere zijde de kloof uitreden kwamen we in een prachtig berggebied terecht. De smalle verharde weg slingerde zich langs een droge rivierbedding met hier en daar palmen tussen de keienbodem. Op vele plekken zijn we gestopt om al dit moois in ons op te nemen. Het gehele gebied was ruig en

 ongenaakbaar met scherpe rotsformaties in allerlei vormen en kleuren. We zijn gereden tot Ait-Hani. Onderweg hadden we een ontmoeting met een eenzame Marokkaanse wielrenner, hij vroeg ons wat te drinken en is daarna verder gereden. We zijn kuddes schapen tegengekomen, een caravaan met muilezels en verwaarloosde bedelende kindertjes. De mensen zijn in dit gebied arm, de huisjes zijn van leem en zien er soms niet uit. Omdat het gebied steeds ruimer en vlakker werd zijn we teruggekeerd. We zijn ook enkele kleine campings tegengekomen. We konden echter geen levende ziel waarnemen. Toen we weer in de kloof waren, die inmiddels vol stond met autobussen, begon het hard te waaien. Het losse zand stoof door de kloof en prikte tegen je blote benen. Laat in de middag hebben we camping Le Soleil aangedaan. We werden naar een mooie plek verwezen op een terras met dunne boompjes. We hadden 85 kilometers meer op de teller staan. Later op de middag liep de camping helemaal vol met groepen campers en veel Spanjaarden, ook diverse Engelse equipes met jeeps  voegden zich erbij. Ondanks de harde wind hebben we tot laat buiten gezeten.

Zondag 9 april

Vandaag houden we een luierdag. Raar weer. In de ochtend warm en zonnig, 's middags een matig zonnetje en een flinke storm met veel stof. Lekker gezwommen in het mooie zwembad, daarna een heerlijke warme douche genomen in het prachtig verzorgde toiletgebouw. Voor 50 dirham sta je op een model-camping met alle faciliteiten. De receptie is in het mooie restaurant gevestigd dat schitterend is ingericht met o.a. veel Marokkaans antiek. De eigenaar en het personeel zijn uitermate vriendelijk. Veel schaduwplaatsen!

Maandag 10 april (Dadeskloof)

Om zeven uur opgestaan. Vannacht wakkerde de storm aan, de wagen stond te schudden en te trillen. Om kwart over negen zijn we vertrokken. Trouwens de hele camping liep leeg. Gisteren was hij bomvol. Toen we via de mooie bergweg in Teneghir aankwamen zijn we even gestopt om wat boodschappen te doen, vers brood en groenvoer. We hadden op de camping vernomen dat er vandaag een grote markt zou zijn. Op het eind van de hoofdstraat vlakbij de camping was het grote marktterrein achter muren. De wagen aan de kant van de weg geparkeerd en naar de overkant getogen. Het was er ontzettend druk en bij de ingang was het dringen. De Marokkaanse markten zijn een belevenis op zich. De fruit-en groentehoek is heel bijzonder. Alles ligt op zeilen

 op de grond, daarboven doeken en andere materialen om de zon weg te houden. Bij de wat grotere kramen heeft men looppaadjes tussen de sinaasappels, citroenen, aardappelen, bonen, tomaten, komkommers en rode bieten gemaakt. Je pakt een plastic teiltje en vult dit met wat je hebben wilt. Sommige waren hebben dezelfde prijs, je gooit alles bij elkaar, liefst volle kilo's. De groenteman weegt het met een oude bascule met contragewichten af en noemt de prijs. Heel goedkoop!!! De munt voor de thee wordt meestal in aparte stalletjes verkocht en kost l dirham voor een flinke bos. Alles is op de markt te koop, van kleden tot dadels, van oude auto-onderdelen tot kippen, ja van alles. Zelfs kuikentjes in bonte kleuren. Meestal slaan de vrouwen de etenswaren in, alles wordt betast en gekeurd. Ze graaien in de berg aardappels, tomaten of rode bieten. De markt wordt echter gedomineerd door de mannen en jongens. Het is alles bij elkaar één grote happening. Terug bij de camper werden we opgewacht door 2 jongetjes, ze wilden dirhams hebben omdat ze z.g. op de wagen hadden gepast. Toen ik neen zei werden we uitgescholden, gelukkig stond er een agent in de buurt, de stenen lieten ze liggen toen wij vertrokken. Over de N10 naar Boumaine Dadès gekoerst. In dit mooie stadje even gestopt om koffie te drinken en toen in het midden van het stadje rechtsaf richting Gorge du Dadès. Je komt nu in de Hoge Atlas en ziet nu tussen de zuidhellingen en de noordelijke kammen van de Jebel Saghro de ene na de andere woonvorm van het berbervolk. De huizen zijn opgetrokken van het materiaal dat men hier aantreft. Leem en stro, prachtig van kleur, goed isolerend tegen hitte en kou. Jammer

 dat veel van die autenthieke gebouwtjes verdwijnen, nieuwe bouwtechnieken hebben ook hier hun intrede gedaan. De goede tweebaans weg slingert zich door het prachtige gebergte. Rode en roestbruine grillige zandsteenformaties liggen als een afgekalfde en uitgemergelde substantie tegen het harde graniet. Je ogen moeten gewoon aan de intense gloed van de kleurrijke zandsteen wennen. Elke bocht in de weg die je neemt levert weer andere en nog mooiere panorama's op. Zoveel schoonheid door je voorruit is een mirakel. Wat zijn we bevoorrecht dat we dit allemaal mogen aanschouwen! De prachtige tweebaner slingert zich als een wilde slang door de zuidzijde van het gebergte. Peilloze dieptes gaan aan je voorbij en steeds ontwaar je het groene lint van gewassen en bomen aan de blinkende oevers van de rivier de Dadès, die hier het leven mogelijk maakt. Bij de kasba Ait-Arbi ontdekten we bovenop de minaret van de moskee een ooievaarsnest. Pa ooievaar vloog net rondjes op zoek naar voedsel voor het jonge spul in het nest. Na het stadje Ait-Youl werden we geconfronteerd met een ander spectaculair natuurverschijnsel. "De apenvingers" een geologische rotsformatie van zo'n bizarre schoonheid, dat je je afvraagt hoe zoiets ontstaan is. De steenmassa's hebben de vormen zoals het gezicht van "de elephant-man" in een Hollywood-film. Bolle en langgerekte grillige vormen met diepe geerodeerde spleten komen als een soort hersenmassa op je netvlies. Onwerkelijk en buitenaards. Diverse foto's gemaakt en toen verder gereden. Naarmate de rit vorderde kwamen de wanden van het gebergte dichter bij elkaar. Bij Ait-Oudinar zijn we over de rivier gereden en kwamen nu aan de linker oever van de rivier. Direct na de bocht bevindt zich aan de linker zijde van de weg de camping die wij later op de dag zullen aandoen. Het dal werd nog smaller en de wanden gingen nu loodrecht omhoog. Vele hotels en pensions kwamen we tegen. Op een gegevenmoment begon de weg te stijgen We moesten het gebergte over. In een spiraal van kilometers lang heeft men de weg omhoog gebracht met vele haarspeldbochten en een stijging van over de 10 procent. Telkens kwam je op een hoger plan, zelfs de 1e versnelling moest er vaak aan te pas komen om de hoogteverschillen te kunnen overbruggen. Op vele plaatsen heeft men parkeerplekken aangelegd om even te stoppen om in de peilloze dieptes te kunnen blieken. Niet te geloven dat een arm land zulke prachtig aangelegde wegen heeft. Op het hoogste punt aangekomen begon de lange afdaling. Weer een aantal

 kurkentrekker-bochten. In de eerste en tweede versnelling omlaag op de motor remmend de diepte in. Het gierende geluid van de machine weerkaatste tegen de machtige rotswanden. Af en toe bijremmen was een must, de snelheid moest tot een minimum gereduceerd worden. Voortdurende alertheid was hier zeker op zijn plaats om veilig beneden te komen en de boel heel te houden. De rijvaardigheid van de bestuurder wordt hier behoorlijk op de proef gesteld. Wat een schoonheid in dit deel van Marokko. Langzaam geraakten we uit de afdaling . We kregen de rivier weer in het vizier. Nog even en toen reden we door de machtige

 kloof die veel smaller is dan de Todrakloof. De weg was deels in het gesteente uitgehouwen. Massa's rots hingen boven de camper. De Dadès stroomde met een sneltreinvaart links van ons. Het wegdek was van betonplaten. De linker wand ging steil omhoog en raakte bijna de andere zijde. Zonlicht ontbrak hier, een ijzige wind blies door de nauwe doorgang. Aan het eind van de kloof zijn we op een kleine parking gestopt. Geen bedelende jochies, bijna geen touristen. Uiteraard geen bussen, die kunnen hier niet komen, wel jeeps en kleine busjes. Te voet zijn we een eindje de kloof ingelopen, wat een schoonheid! Een uur zijn we gebleven. Onder de hoge rotswanden hebben we geluncht. Grandioos! Even verderop de camping verkend, daar gedraaid en van daaruit teruggereden naar Ait-Oudinar. Toen we de camping opreden was deze half bezet., dus plaats genoeg. Het campingterrein ligt achter  het hotel, het propere toiletgebouw ligt een etage hoger. Aan de voorzijde van het hotel is een souvenir winkeltje waar de receptie is gevestigd. Het kleine terrein is voorzien van hoge bomen, achter de muur ligt de rivier. Voor een nacht betaal je 40 dirham, altijd zonder electra. Later op de middag arriveerde een Duits gezelschap in het rollende hotel, een omgebouwde Mercedes vrachtwagen met zitplaatsen en slaapfaciliteiten. Er stonden 105 prachtige kilometers op de dagteller. Vanwege de koude avond niet buiten gezeten.

Naar boven Vrijdag 7 april.