Sidi Akhfennir



| Marrakech |
Geschiedenis
Helaas hebben we niets over dit woestijnstadje kunnen vinden. Toen we er binnen reden maakten we kennis met een brede hoofdstraat met winkeltjes en huizen in blokkendoos formaat. Achter deze straat bevinden zich nog een aantal gebouwen, maar ook hutten en/of tenten van golfplaat en tentdoek waarin mensen wonen. Ten zuiden van Sidi Akhfennir begint het militair gebied. Om er te komen heb je een vergunning nodig, omdat men wil weten wie er verblijven en hoe lang. Dus ook voor de Laguna, een prachtig vogelgebied met Flamingo's en andere zeevogels, dat z'on 30 kilometer van het stadje verwijderd is. Geef precies op hoe lang je aan de laguna wilt bivakkeren, terplekke wordt gecontroleerd of je de vergunning hebt en hoe lang hij geldig is. Als je er bijvoorbeeld drie dagen wilt blijven, dan wordt je vriendelijk verzocht de vierde dag te vertrekken......er valt niet te sjoemelen!

Zondag 26 maart.
Acht uur opgestaan. Tan
Tan-plage lag er zonovergoten bij. Rustig koffie gedronken, water gevuld en om
elf uur vertrokken. Ons reisdoel wordt de laguna die ongeveer 30 kilometer ten
zuiden van Sidi Akhfennir ligt. We zijn teruggereden richting de stad Tan Tan.
Bij het prachtige kunstwerk met de dolfijnen zijn we rechtsaf gegaan zo de
woestijn in, een eindeloos vlak gebied met zand en stenen. De vele borden
waarschuwden voor "sable" zand. Mensen en dieren waren er niet te
bekennen. Wel ontwaarden we hutjes van plastic, golfplaten en doeken. Daar wonen
mensen in. Ze leven hier van de geiten en van wat de zee oplevert. Een paar maal
moest een diepliggende rivierbedding genomen worden. De weg daalt dan flink. Op
de plaats waar het regenwater de weg zal kruisen heeft men een betonnen wegdek
aangelegd. Na het nemen van het b
eton ga je weer omhoog om de brede uitgesleten
groef in het landschap weer achter je te laten. Op een aantal plaatsen was de
weg behoorlijk afgebrokkeld waardoor het te gebruiken asfalt soms hinderlijk smal werd. Borden gaven aan niet in de mulle berm te komen. Onze snelheid lag
ongeveer rond de 60 kilometer per uur. De Marokkaanse auto's en vooral de
vrachtwagens en autobussen reden zeer snel. We kregen telkens een behoorlijke
klap als z'on snelheidsmonster ons als tegenligger passeerde. Naarmate we verder
de woestijn inreden des te desolater het landschap werd. Overal opgewaaide
zandduinen, geen struik te bekennen, een zinderende vlakte. Viermaal kwam ons
een militaire colonne tegemoet. Als we elkaar passeerden werd er met de
koplampen gegroet. Vlak voor het stadje Sidi Akhfennir hebben we getankt. De
eerstvolgende 150 tot 200 kilometer is geen pomp meer te bekennen. Omdat in dit
gebied de diesel wordt gesubsidieerd betaalden we 4.62 dirham per liter, terwijl
de normale prijs boven de zeven dirham ligt. Voor 211 dirham hadden we een volle
tank. Op de kleine parking bij het benzine station hebben we koffie gedronken. G
een bedelende kinderen in de buurt. Na het oppeppertje van de koffie zijn we
weer aangereden. Een half uurtje rijden bracht ons in Sidi Akhfennir. Bij de
droogliggende rivierbedding de wagen geparkeerd en de laatste boodschappen
gedaan. Bij toeval ontmoetten we daar een Marokkaanse jongen die vloeiend Duits
en Engels sprak. Toen we hem vertelden dat we van plan waren om een paar dagen
bij de laguna te bivakkeren, vertelde hij ons dat we daarvoor een vergunning
nodig hadden af te halen bij de militaire post. Hij wilde wel even meelopen om
ons te helpen. Niet ver van de plek waar we hadden geparkeerd was het kantoor.
In een klein kamertje overhandigden wij ons paspoort en het kentekennummer van
de camper aan een ijverige beambte. Nauwgezet werd het document bekeken en werden naam, adres, woonplaats
en land op een papier overgenomen. Ook het kenteken werd op het formulier gezet
alsmede merk van de camper en motor. We zouden drie dagen aan de laguna
willen blijven, ook dit werd op de verblijfsvergunning
genoteerd. Nadat alle
gegevens waren overgenomen werd ons verteld dat
wij de vergunning bij de laguna
moesten tonen. De laatste 25 kilometer die we nog te gaan hadden deden ons
kennis maken met de hitte van de woestijn, grote zandduinen en een oneindige
kale vlakte. Hemel en aarde vloeiden aan de horizon ineen. Geen mens of dier te
bekennen. Facsinerend!!! Toen we de 25 kilometer achter de wielen hadden, zagen
we bij een wit gebouwtje een weg naar rechts. Dat pad zijn we ingereden. Heel in
de verte ontwaarden wij voorwerpen. Hoe dichter we in de buurt kwamen destemeer
kregen wij de indruk dat het om campers ging. En ja hoor.....het waren er zeker
acht. Ze stonden rond een bouwvallig rijtje huizen gegroepeerd. Op het moment
dat we de wagen verlieten werden we begroet door een militair en een man in lang
gewaad. Meteen vroeg hij om de vergunning, bekeek het papier nauwkeurig en telde
het aantal personen. De vergunning werd vervolgens ingenomen waarna we een plek
konden uitzoeken. Een hobbelpad bracht ons tot aan de rand van de laguna die ver
beneden ons lag. Omdat het eb was lagen grote delen van zandbanken boven
water, hoge zandduinen hielden de laguna gescheiden van de oceaan. Een uniek
gebied! Met de verrekijker konden we grote groepen flamingo's en andere
watervogels waarnemen. Als je wat langer wilt blijven neem dan voldoende water
mee. Het ledigen van de porta-porti gaat primitief alsmede het lozen van vuil
water. De rest van de dag hebben we genoten van de zon, de laguna en de
eindeloze ruige omgeving.
Maandag 27 maart.
Toen we vanmorgen de rollo's openden, wapperden wit/oranje vlaggetjes in de wind. Onze vrienden Atze en Marianne hadden de wagen versierd ter ere van mijn 69e verjaardag. Een verrasssing in optima forma!!! Ook de ontvangst van een aantal sms-berichtjes met de felicitaties van familie en vrienden gaven mij het ultieme verjaarsgevoel. Het weer was ons helaas niet goed gezind. Het was half bewolkt en er raasde een aardig windje over de vlakte. De wagen moest verplaatst worden om de vlagen van de deur te houden. 's Middags een wandeling door de woestijn gemaakt.
Dinsdag 28 maart.
Bewolkt, veel wind......zandverstuivingen. We besloten te vertrekken vandaag. Om half tien
aangereden. In
de verte stond Mohammed, de man die ik een jack had gegeven, ons
uit te wuiven. Nu was hij gekleed in een dik donker gewaad met een doek om zijn
hoofd om zich te beschermen tegen de elementen. Toen we weer op de N1 waren
beland was de weg nog smaller geworden door de enorme zandhopen. Het was
behoedzaam rijden, vooral niet door het mulle zand. Gelukkig was er geen
verkeer. Na twintig minuten reden we Akhfenir weer binnen. Het stadje zag er nu
donker en naargeestig uit. De terracotta kleuren van de huizen met hun blauwe
omlijsting waren nu dof en zonder enige uitstraling. De terrasjes en de straat
waren leeg, geen mens te bekennen, de aangename sfeer van de heenreis was ver te
zoeken. Snel zijn we er door gereden en na zo'n vijftig kilometer arriveerden we
op het Esso-benzinestation met de goedkope dieselolie. We tankten er voor 52
dirham. Volle tank. Op het braakliggend stukje grond geparkeerd, koffie
gedronken en water gevuld. De wind was inmiddels wat gaan liggen. Na een twintig
minuten oponthoud zijn we weer verder gereden. Onze snelheid lag op gemiddeld
70km per uur. Niet gek voor het berijden van de N1. Onderweg weer een aantal
politie-control
es gepasseerd. Ruim van tevoren wordt middels
snelheidsbeperkingsborden de wegversperring aangekondigd. Soms maakt men
verkeerssluizen door roestige vlijmscherpe kraaienpoten gemarkeerd. Als je er
over zou rijden worden je banden letterlijk doorgeprikt. De N1 is een ééntonige
en saaie weg dwars door de woestijn. Zand en keien vormen het decor. Soms zijn
er bermbloemen in vele prachtige kleuren. Zij fleuren het desolate landschap
geweldig op. Bij de kruising met het standbeeld met de dolfijnen zijn we
richting Tan Tan uit gegaan. Middenin de stad bij een prachtig park hebben we de
lunch gebruikt. Jammer dat de scholen net uitgingen. In een mum van tijd hadden
we weer hordes bedelende kinderen rond de wagen. Toen we te kennen gaven niets
te hebben, dropen ze af op twee jongetjes na. Zij bleven zeuren om stylo's,
snoepgoed en dirhams. Ze werden zelfs erg opdringerig en brutaal. Toen we op het
punt stonden te vertrekken, pakte de kleinste een steen. Snel gaf ik gas en voor
hij er erg in had waren we uit de vuurlinie. De kei rolde een eind achter ons
over de straat. Rot joch!!! Toen we in de woestijn richting Guelmim reden
was de wind geheel gaan liggen. In een hemelsblauwe lucht brandde de zon weer
over de kale vlakte. Uit onze informatie bleek dat er in deze stad een
air-touristique dicht bij het hospitaal zou moeten zijn. Na veel gevraag vonden
we wel het hospitaal maar geen air. Wel zou zo'n tien kilometer de woestijn in
een camping moeten zijn. Dit was ons te vaag. Omdat de klok net vier uur aangaf
zijn we richting Tiznit gereden, ongeveer 106 kilometer te gaan. Via de N1 over
Bouzakarne naar de Tiezi Mighert- pas op een hoogte van 1057 meter gereden. Het
traject is zeer bochtig en als er een vrachtwagen voor je zit met een pluim
zwarte rook ben je in de aap gelogeerd, je komt er beslist niet langs. Na de pas
beland je op de hoogvlakte, het is net of je op een locatie in Europa zit met
toch wel een verschil. Tussen de weelderige vegitatie tref je flinke toeven
cactusplanten aan. Na het hoogste punt komt een lange afdaling, die heel
geleidelijk verloopt. Tot even vòòr Tiznit blijf je dalen. Toen we deze stad
binnenreden hadden we de stadscamping snel gevonden. Achter een geheel ommuurd
terrein ligt de camping, die van goede kwaliteit is met schaduw- en zonnige
plaatsen. Wij betitelen deze "Municipal" als één van de betere
campings van Marokko. Na een schitterende maar vermoeiende dagtocht van
375kilometer genoten we extra van een paar wijntjes en een goede maaltijd bij
een heerlijke temperatuur.
![]()
![]()