Rabat/Sale

Heenreis

 Assilah

 Larache

Rabat

El Jadida

Oualidia

Safi

Essaouira

Taghazoute

Guelmim

Tan Tan

SidiAkhfennir

Tiznit

Tafraoute

Taroudant

Taliouine

Agdez

Zagora

Ouarzazate

Todra/Dades

ABenhaddou

Marrakech

Terugreis

Reisafstand

Links

 

 

 

Geschiedenis

Rabat was een handelspost van Feniciërs en later van Carthagers. In de 1e eeuw voor Chr. werd Rabat de zuidelijkste stad van Romeins Marokko, of wel Sala Colonia. In 1146 veroverde sultan Abd el-Moemene de stad. Rabat diende toen als uitvalsbasis bij de verovering van Spanje. De kleinzoon van de sultan, Yakoeb el-Mansoer, wilde Rabat promoveren tot de hoofdstad van zijn koninkrijk maar stierf voordat hij zijn grootste project, de Hassan- moskee kon afbouwen. Heden resten nog de toren en een gedeelte van de 400 originele zuilen. In het begin van de 17e eeuw vestigden zich z'on dertigduizend Andalusiërs in Rabat die door de Reconquista in Spanje verdreven waren. Zij nestelden zich langs de twee oevers van de rivier en begonnen zich met de zeer lucratieve  zeeroverij bezig te houden. De stad werd daardoor een kleine welvarende republiek, genaamd de Republiek van Bou Regreg, de twee oevers. In het jaar 1666 eindigde de onafhankelijke "Republiek van de Twee Oevers" en werd ingelijfd bij het sharifische rijk van de Alawieten. Dee zeeroverij zou echter doorgaan tot het begin van de 19e eeuw. Resident-generaal Lyautey maakte Rabat tot de administratieve hoofdstad van het land en vestigde zich daar. De stedebouwkundigen Prost en Ecochard ontwierpen en bouwden Rabat tot wat het heden ten dage is en hielden rekening met de historische monumenten.

Aan de noordoever van de rivier Bou Regreg ligt de historische rivaal van Rabat, de stad Salé. Tussen 1260 en 1270 bouwde sultan Abou Yoessef Yakoeb de schitterende stadsmuren met bastions. De doorgang tussen de twee vierkante torentjes heeft een prachtig versierde omlijsting met Koefisch schrift. In de 13e eeuw vormde deze indrukwekkende poort een brug over het kanaal tussen de Bou Regreg en een binnenhaven. De ommuring van de oude stad is wel 4 kilometer lang en voorzien van een veertig torens.

Donderdag 16 maart.

Vandaag gaan we naar Salé/Rabat. Toen we om half acht opstonden zat alles dicht van de mist.  Tegen tien uur brak de zon door en was de mist zo opgelost. Na het vullen van water en een bakkie leut, zijn we om tien uur uit Larache weggereden. Over de N1 zijn we naar Souk el-Arbadu-Rharb getuft. Een zeer goede weg door vrijwel vlak terrein. Landbouwgronden en Eucalyptusbossen wisselen elkaar voortdurend af. Overal langs de weg lopende mensen en Marokkanen die hun kuddes koeien en schapen hoedden. Veel karren met paard ervoor. Ezels volgeladen met riet en gras. Het lijkt erop alsof de mensen langs de weg leven. Toen we het stoffige stadje, waar net een markt aan de gang was achter ons lieten, bereikten we spoedig Kanitra. Ook de doorgang door deze stad ging voorspoedig. Toen we de plaats uit waren, zagen we links een Géant-supermarkt. We hebben daar heerlijk vers stokbrood gekocht en een beetje rondgekeken. Op de grote  parking de lunch gebruikt. Half twee weer aangereden. Nu volgden aan beide zijden van de weg(N1) "pepinières" of in gewoon Nederlands kwekerijen. Ook maakten we voor de eerste keer in Marokko kennis met bergen zwerfvuil langs de weg. De streek die we nu passeerden was uitermate groen met veel geboomte. Eucalyptussen, kurkeiken en veel mimosastruiken. Wederom veel volk langs de weg. Iedereen groet je zonder verdere bijbedoelingen. Z'on elf kilometer voor Salé hebben we de "Jardine Exotiques bezocht ofwel de tuinen van Sidi Bouknadel. In 1951 heeft de Fransman Francois de tuin ontworpen, waarin hij exotische planten uit China, Japan, Afrika en Zuid-Amerika  bijeen bracht. Nu tref je er ook de gewone huis-tuin- en keukenplanten aan. Het is een groot complex met zg. "tuinkamers", afdelingen met totaal verschillende soorten beplanting en ontwerp. Het  achterste deel van de "Jardine" heeft echte exotische afdelingen met hoogteverschillen, waterpartijen en nog meer zaken die een tuin de moeite van het bekijken waard maken. Hier ontmoetten wij onze vrienden Atze en Marianne. Anderhalf uur zijn we er gebleven. Vergeet niet bij het verlaten van de parking de zg. parkeerwachter iets te geven. We bleven de N1 volgen tot in de stad Salé. We zijn rechtdoor blijven rijden tot we onder de stadspoort door waren. Een eindje verderop begint de oude stadsmuur aan de rechterkant. Blijf de muur volgen tot het einde, ga dan rechtsaf, weer langs de muur, de weg loopt hier omlaag. Aan het eind is rechts een park  en een soort rotonde, ga dan 

 

Camping de la Plage

Staanplaats

Douches

Toiletten

schuin links, neem daarna de tweede straat rechts, blijf doorrijden richting zee, aan het eind van deze straat is een geasfalteerd plein, aan de rechter zijde is de ingang van "Camping de la Plage". Rond zes uur reden we de poort binnen. De camping stond goed vol, helemaal achterin waren nog een paar plaatsen vrij, dichtbij een put voor het ledigen van het potje en het toiletgebouw, nou ja wat er dan op lijkt.  De camping is vlak zonder geboomte, de prijs is 60 dirham per nacht zonder stroom. Stel je niets van het sanitair voor, het is zeer verwaarloosd en smerig. Omdat je bijna nergens aan de kust kunt "vrijstaan" zijn de campings vaak overvol. Wij denken dat er daardoor minder campers naar Marokko zullen komen, vooral Franse camperaars!!! 's Avonds nog even kennis gemaakt met een echtpaar uit de achterhoek, zij deden een rondje Marokko met een groep van negen campers. Onze reisafstand was vandaag 228 kilometer.

Vrijdag 17 maart.

Voor ons was deze dag een normale werkdag. Voor de Marokkanen een zg. Zondag, eigenlijk begrepen we het niet goed, de  overheidsgebouwen waren gesloten, de jeugd hoefde niet naar school, veel mensen waren vrij, alleen de arbeiders en het winkelpersoneel werkten. Beetje vreemd. De lucht was blauw en de zon straalde aan de hemel. Men had stoelen en tafels buiten gezet en vele camperaars zaten aan het ontbijt of  lekker koffie te drinken. Om tien uur zijn we naar Rabat getogen.  Vanuit de camping links de boulevard op en langs de rivier Bou Regreg doorgelopen tot de betonnen aanlegstijger. Het strand was door de eb zeer breed. De vissersbootjes in vele sprekende kleuren lagen of op het droge of dobberden in het water. Vissers stonden op het strand de net gevangen vis aan de man te brengen. Ter plekke werd het zeebanket ontdaan van kop en ingewanden. Een horde katten had een geweldig maal. Gretig verschalkten de beestjes het visafval. Het stonk er van jewelste! Aan het eind van de pier zijn we weer het strand opgelopen. Een bootje lag te wachten om ons naar de overkant....Rabat te varen. Via een paar plastic kratten om de schoenen droog te houden werden we aan boord geholpen. Voor anderhalve dirham de man roeide men ons naar de overkant. Een belevenis!!! Na het van boord gaan zijn we over de boulevard naar het prachtige complex gelopen dat wat hoger ligt. Hier bevinden zich de  moskee, de Toren van Hassan en het Mausoleum van Mohammed V. Het fraaie plein met tuinen is gedeeltelijk ommuurd. Bij de toegangspoorten houden in klederdracht gestoken ruiters te paard de wacht. Je mag ze te uit en te na fotograferen of filmen. Binnen de ommuring vallen je direct de vele restanten van zuilen op. De overblijfselen van wat eens één van de grootste moskeeën van de islamitische wereld had moeten worden. De  toren van Hassan, de vierenveertig meter hoge vierkante minaret is versierd met bogen en lofwerk. Aan de linker zijde van het plein ontwaarden we het Mausoleum van Mohammed  V. Het is een schitterend gebouw verscholen achter hekwerk met een brede toegangspoort met aan beide zijden reusachtige vierkante zuilen met in koperwerk uitgevoerde enorme lampen. Een ijverige man was net bezig met het onderhoud van de lantaarns, met grote todden en koperpoets bracht hij het materiaal weer tot glans. De bezoekuren zijn van 8 tot 18.30 uur, de toegang is gratis. Helaas tot twee uur vandaag gesloten. Rechts naast het Mausoleum liepen we langs de Yacoub El-Mansour-Moskee, een schitterend gebouw met een aantal prachtig bewerkte kolossale deuren die uitnodigend open stonden.  Buiten waren kranen en wasbekkens waar de gelovigen handen en voeten konden wassen alvorens binnen te gaan. Als je geen moslim bent dan mag je de moskee niet betreden. Na ons vergaapt te hebben aan al dit schoons, zijn we door een andere poort naar het moderne centrum gelopen. Buiten de poort werden we meteen lastig gevallen door bedelaars. Ook was er een aantal mannen dat euro-munten wilde omwisselen tegen dirhams. Rabat is een drukke stad met allemaal witte gebouwen. Onder de arcade-bogen zijn terrassen gesitueerd en vind je veel winkeltjes. De straten en pleinen worden over het algemeen bevolkt door mannen. Ze zijn gestoken in diverse kledij, in spijkerbroeken, donker pak of in traditionele gewaden met of zonder puntmutsen. De vrouwen die wij tegen kwamen waren of geheel westers gekleed, in rokken, donker getinte kousen of pantalons met bovenkleding die geheel hun armen bedekte. Of zij droegen prachtige lange gewaden met sjaals die hun haren bedekten. Bij het "parc du triangle de vue" hebben we de lunch gebruikt. Hierna hebben we de oude medina bezocht en kennis gemaakt met de soukh. In een wir-war van smalle straatjes en stegen vind je een keur aan kleine winkeltjes. Van alles is er te koop. Op elk druk punt zijn bedelaars aktief. In de kleine voorportalen van moskeeën namen we veel rustende mensen waar.  Het rook er niet echt fris als we die witte gebouwen passeerden. Kleine rommelige huisjes met aanbouwsels en dakterrassen sieren de gehele medina. Voor het afschermen van de zon heeft men tussen de bouwwerken rietmatten en bamboeschermen gespannen. In enkele bredere straten tref je een soort passages aan van prachtig sier-smeedwerk. Op een zeker punt hebben we de soukh verlaten. Langs de machtige muren van de Bab El-Kbir naar boven gelopen naar de kasba Oudaia met zijn witte met blauw versierde huisjes, smalle straatjes, museum, moskee uit de 12e eeuw en de jardin Andalou, een schitterende door gebouwen ommuurde vierkante ruimte met bijzondere bomen, palmen en perken vol bloemen. Op de Plate Forme  de l'Anciën Sémaphore, een ruim uitkijkpunt op grote hoogte, heb je een machtig uitzicht op de Oceaan, de rivier en op Salé. Na een lekker glas muntthee gedronken te hebben bij Café Mauree zijn we over de Rue Tarik-al-Marsa naar de rivier gelopen. Met  een bootje naar de overkant en via de boulevard naar de camping waar we om vier uur arriveerden, moe en voldaan. Het weer was nog steeds geweldig mooi, lekker buiten gezeten. Tegen de avond werd het bewolkt en fris, het begon zelfs matig te regenen.

 

Voor een vergroting, klik op onderstaande miniaturen.