Guelmim



| Marrakech |
Geschiedenis:
Guelmim is beroemd om haar blauwe berbers "de Tuaregs", levend in de Sahara. Het is de streek van de bedoe๏ententen, berbersjaals en politiecontroles. De mensen die er wonen hebben een donker gekleurde huid. De stad ligt in de uitlopers van het Anti-Atlas gebergte. De omgeving is kaal, dor en droog, eindeloze zand-en steenvlaktes omringen de stad met zijn rose-rood gekleurde huizen.

Vrijdag 24 maart.
Schitterend weer vandaag,
strakblauwe lucht. Om tien uur van Camping International de Taghazout
weggereden. Toen we na het verlaten van de camping op de N1 reden richting
Agadir, was er geen camper op het strand te zien, terwijl er hier altijd
honderden "vrij"stonden. De reis vlotte goed en al snel reden we langs
het industriegebied en de h
avens van Agadir. Hier kun je bij de fabriek gas
laten vullen, de locatie is te herkennen aan de drie gasbollen langs de weg.
Blijf de weg volgen dan kom je vanzelf op de brede boulevard Mohammed V, een
goede vierbaansweg met over grote afstand weelderige palmen. Agadir is een
moderne stad, je treft er geen geiten, schapen, ezels enz.enz. aan, maar westers
geklede jongens en meisjes, al zie je ook mensen lopen in de Marokkaanse kledij.
In 1960 werd Agadir getroffen door een hevige aardbeving, de stad is toen bijna
geheel verwoest. Duizenden mensen werden onder het puin bedolven. De stad werd
na de beving weer snel opgebouwd. Wij zijn doorgereden naar de zuidzijde, waar
we de supermarkt "Marjane" troffen. We hebben er flink inkopen gedaan
en zijn na de lunch weer vertrokken. Spoedig reden we T
iznit binnen, zijn langs
het centrum gegaan en hebben de weg naar de kust genomen, richting Mirleft. Nu
kom je in een gebied dat adembenemend mooi is. De weg slingert door het
middelgebergte, rode aarde, fris groene weidjes, een zee aan bloemen in vele
kleurschakeringen. Toefen knalgele dille. Kolossale cactusplanten met grote
groene schijven. De rose/gele vruchten bengelden eigenwijs in de wind. Vooral de
oranje perceeltjes met mini-goudsbloemen afgewisseld door paars en blauw van
andere plantjes trokken onze aandacht. We waren sprakeloos van al dit schoons.
Helaas ontbrak het aan parkeerplaatsen, we hadden graag even gestopt om al dit
moois op de gevoelige plaat vast te leggen. Bij Mirleft kwamen we aan de kust.
Even v๒๒r dit stadje meenden we een mooie plek aan het strand
gevonden te hebben. We konden echter niet ver genoeg het strand op rijden
vanwege het mulle zand. Al manouvrerend werden we plotsklaps omringd door een
hele schare bedelaars. Volwassen vrouwen die om dirhams vroegen, meisjes die
zeurden om poupees en snoep en gabbertjes die stylo's wilden hebben. Kattig
hebben we "non"......"non" gezegd en zijn snel verder
gereden. Na Mirleft kwamen we in de uitlopers van het Midden-
Atlasgebergte. Kale
bergen aan onze linkerzijde, heel veel keien en rode grond aan de rechter
kant. De N1 slingert zich hier door een ruig en kaal gebied, geen levende ziel
te bekennen. Opeens zagen we een bord met "Legzera Plage" erop. Heel
in de verte richting zee ontwaarden we een aantal campers. Het leken net
dinky-toys. Zo klein in zo'n ruim gebied. Een onverharde weg rechts, die naar
een restaurant voer zijn we ingereden. Tergend langzaam moest gereden worden,
Veel oneffenheden, kuilen, bulten en regengroeven deden de wagen slingeren. Aan
enige snelheid viel niet te denken. Omdat het pad omlaag liep moest voortdurend
bijgeremd worden. De zeker zeshonderd moeilijke meters waren niet voor niets
geweest. Op een groot plateau, zonder enige begroeing, hoog boven het strand en
de oceaan, stonden zeker vijentwintig campers.Toen we een mooie plek hadden
uitgezocht kwam de gardien en de bakker even kennis maken. Ook een man met verse
vis deed zijn ronde. We hebben even de boel verkend. In een wit gebouwtje aan de
linker zijde van het terrein is een hurktoilet met een kraan aan de muur. Het
strand kun je bereiken via een ander pad dat naar het restaurant loopt, doe het
te voet, laat de camper staan. 's Avonds genoten van een fabuleuse
zonsondergang. De dagteller gaf 181 kilometer aan.
Zaterdag 25 maart.
Toen we de rollo's
openden
was het een beetje nevelig op het plateau van Legzera Plage. De
contouren van het gebergte waren flauw zichtbaar. Het was intens stil, alleen
het ruisen van de zee was hoorbaar. De temperatuur was 21 graden, geen wind dus
was het gewoon aangenaam. Een fijnere kennismaking met een nieuwe dag konden we
ons niet wensen. Na het ontbijt en de koffie hebben we de gardien 15 dirham
betaald en zijn we vertrokken. Eerst weer een stuk piste rijden, vijf เ
tien kilometer per uur is een veilige gang om de boel heel te houden. Na
ongeveer een kwartier zaten we weer op de N
1 en al vrij snel reden
we Sidi Ifni
binnen. Het stadje is deels tegen de rotswanden opgetrokken. Veel gebouwen en
huizen stonden leeg, er was geen kip op straat te bekennen waardoor het geheel
op een spookstad leek. Omdat er maar ้้n doorgaande weg is
zaten we vrijwel direct op de N12 richting Guelmim. Inmiddels was de temperatuur
al opgelopen tot dertig graden, dus lekker heet, de lucht trilde boven het
wegdek. Het gebied waar we nu in terecht kwamen was de voorloper van de Sahara.
Het terrein was vlak, troosteloos en zeer uitgestrekt. Alle dorpjes en
gehuchtjes waar we door kwamen hadden blokvormige huisjes in terra cotta kleur,
bijna de tint van de aarde. Op veel plekken langs de weg namen we hoopjes
gebrokkeld glas waar, vast en zeker gesneuvelde autoruiten. Men rijdt snel op de
vrij smalle baan. Inhalen vindt plaats gedeeltelijk op het asfalt, gedeeltelijk
in de onverharde berm met steenslag tot gevolg. Rond half ้้n reden we Guelmim
binnen. De hitte was bijna ondragelijk geworden. Op zaterdag wordt de kamelen-
en gewone markt gehouden, die we beiden graag wilden bezoeken. Omdat we niet
precies wisten op welke locatie de markt werd gehouden zijn we half Guelmim door
gecrosst. Het is een rommelige stad, bijna alle huizen en gebouwen in de bekende
rood/rose kleur, overal fietsers,karren, ezels en veel mensen op straat. We
passeerden kleine werkplaatsjes en nerinkjes die ontzettend veel rotzooi buiten
de deur hadden staan. We reden door zeer armoedige buitenwijken en konde
n de
markt niet vinden. In ้้n van deze buurten vonden een paar rotjongetjes het zo
nodig een gescheurde plastic jerrycan naar onze camper te smijten wat tot gevolg
had dat we een flinke kras op een ruit opliepen. Terugrijden had geen zin om de
mannetjes eens flink aan te pakken, ze hadden ons waarschijnlijk met stenen
bekogeld. Uit nijd heb ik de bekende middelvinger omhoog gestoken en de ventjes
flink uitgescholden. Aan een paar wegwerklui hebben we de goede weg gevraagd,
zij stuurden ons naar de N1 richting Tan-Tan. Even buiten de stad ontdekten we
een ommuurde ruimte met heel veel publiek. De markt dus! Op het terrein bij de
muren konden we goed parkeren. Toen we de marktruimte betraden wisten we niet
wat we zagen. Het krioelde er van de mensen. Van oud plastic en jute had men
overkappingen gemaakt om de hete zon te weren. Op de grond lagen bergen
groenten, appels, sinaasappels en andere koopwaar. Nergens een prijsaanduiding
te vinden. Gesluierde vrouwen slenterden langs de partijen groenvoer, bekeken en
betastten de koopwaar, vroegen de prijs en vulden plastic zakjes, die ze bij een
jongen of man lieten afwegen. Mannen met blauwe gewaden en een soort tulbanden
als hoofddeksel sto
nden luidruchtig te handelen. Op een apart gedeelte van de
markt bevonden
zich wel z'on 16 kamelen, de nodige schapen en geiten en een aantal magere
koeien. Op hetzelfde terrein tussen de kamelen geiten en koeien hadden
een paar mannen in blauwe gewaden en dito hoofddeksels hun waar op doeken
uitgestald. Als je even belangstelling toonde werd je onmiddellijk op je
huid gezeten om vooral iets te bestellen. Ook al zeiden we niets te willen
kopen, de berbermannen bleven aandringen. Bij een groepje geiten was een aantal
mannen bezig een koop te sluiten. Men was zeer luidruchtig, schreeuwde elkaar in
vele toonhoogten toe, maakten allerlei gebaren om vervolgens rustig te worden
als de deal naar beider tevredenheid gesloten was. Een eindje verderop was een
veehandelaar bezig zijn geiten in de vrachtwagen te laden. Dit ging er zeker
niet zachtzinnig aan toe. Men pakte de beestjes bij de poten en gooide de arme
diertjes over een hoog schot zo de laadbak in. Hoe ze in de bak terechtkwamen
was kennelijk niet belangrijk. Na deze zeer aparte ervaring zijn we de c
amper
weer gaan opzoeken. Achter de wagen in de schaduw lagen een paar mannen te
snurken. We hebben nog even geluncht en zijn toen vertrokken. De route die we nu
gingen volgen liep dwars door een eindeloze keien-en zandvlakte, zonder enige
begroeing, geen levende ziel te bekennen en hot....hot....hot! Lucht en aarde
kwamen bij de einder trillend bij elkaar.....een heel aparte belevenis. Tegen
vijven reden we Tan-Tan binnen. Een brede weg slingerde zich door een op het oog
keurige nette stad. De huizen zagen er zeer
verzorgd uit, waren glad gepleisterd en in die terracotta kleurige tint geverfd. Omdat we naar de kust wilden hebben we El Ouatia aangehouden. Weer een oneindig stuk weg dwars door de woestijn. Na ongeveer een half uur bereikten we Tan-Tan-Plage. Bij een restaurant aan het strand zijn we gestopt. Op de mooie parking vonden we een goede plaats om te overnachten. De aanwezige gardien, een heel aardige jongen, stelde zich voor en vertelde ons dat we voor 20 dirham vierentwintig uur mochten blijven met gebruikmaking van het toiletgebouw en koude douches. Na ons arriveerden nog drie Franse campers, die de plek ook de moeite waard vonden. We hebben tot laat genoten van de zee en van donker wordend Marokko met zijn vele gezichten. Onze totale reisafstand was vandaag 227 kilometer.

![]()