El Jadida

 

Heenreis

 Assilah

 Larache

Rabat

El Jadida

Oualidia

Safi

Essaouira

Taghazoute

Guelmim

Tan Tan

SidiAkhfennir

Tiznit

Tafraoute

Taroudant

Taliouine

Agdez

Zagora

Ouarzazate

Todra/Dades

ABenhaddou

Marrakech

Terugreis

Reisafstand

Links

 

 

 

Geschiedenis

De stad bestond al ten tijde van de berberse Feniciërs. Natuurlijk vestigden zich in het kustgebied de Portugezen en zij stichtten in 1506 de nederzetting Mazagan. Al snel versterkten zij deze nederzetting en maakten er een belangrijke handelspost van aan de Atlantische kust, die tot 1769 zou blijven. Sultan Sidi Mohammed ben-Abdallah van de Alawieten veroverde in dat jaar Mazagan. Voordat de stad zich overgaf werd hij bijna geheel verwoest. De sultan gaf de stad een nieuwe naam en wel El Jadida, wat letterlijk de "Nieuwe" betekent. Dankzij de Doukkala-stam werd de stad tussen 1815 en 1825 opnieuw opgebouwd en bevolkt. De stad nam tijdens dit protectoraat toch weer de naam Mazagan aan en in 1913 verklaarde Lyautey dat de stad het " Marokkaanse Deauville" moest worden. Dat is gedeeltelijk uitgekomen, want heden ten dage is El Jadida een badplaats voor welgestelde mensen. Voor toeristen is de stad een prachtstaaltje van l6e eeuwse militaire architectuur, met goed bewaarde stadsmuren en bastions.

Zaterdag 18 maart.

Vannacht is er behoorlijk veel regen gevallen, waardoor we onrustig geslapen hebben. Toen we om half acht uit ons warme bed kropen woei het flink en was het best fris. Om negen uur, na het betalen van 120 dirham voor 2 nachten, zijn we uit Rabat vertrokken. Via de boulevard naar de brug gereden. Direct na de brug rechtsaf, voorgesorteerd en onmiddellijk linksaf. Je komt nu op een voorrangsweg naar een tunnel. Via deze tunnel langs een muur gereden en bij de stoplichten voorgesorteerd om links te kunnen afslaan naar de inrit van de supermarkt "Marjane".  Op het grote parkeerterrein, zoals je ze ook in Frankrijk hebt, de wagen geparkeerd. Na het nemen van een kar de super binnen gegaan. Als je zo tussen de schappen loopt kun je merken dat je er vele artikelen hebt die ook in de grote "supers" van Frankrijk te vinden zijn. Er is ook een afdeling met sterke drank. Voor de toeristen zogenaamd, maar de Marokkanen maken er ook druk gebruik van. Op mijn vraag aan een man, die aantal flessen wijn kocht, of hij als gelovige de drank wel mocht nuttigen, glimlachte hij en zei"we drinken de wijn onder de tafel of als het donker is, onze grote meester ziet het dan niet". Toen we de groente, kruiden, noten- en olijvenafdeling betraden, was het duidelijk dat hier alles op de behoeften van de Marokkanen is afgestemd. Vooral de kruidenhoek was een waar paradijs voor kookhobbyisten. Bergen kruiden waren in pyramidevorm uitgestald, het rook er heerlijk en men deed er goede zaken. Voor ons liggen de prijzen laag. Voor 200 dirham heb je een kar vol boodschappen. Na de dieseltank volgegooid te hebben zijn we richting Casablanca gegaan via de tolweg. Rabat lag snel achter ons. De kaarsrechte vierbaner liep door een vriendelijk landschap met aan beiden zijden van de weg honderden in bloei staande mimosa-struiken. De gele bloemtrosjes hingen als een guirlande omlaag en bewogen driftig in de straffe wind. Met een grote boog zijn we om Casablanca heen gereden. De weg werd daarna ééntonig en saai. Grasvelden zover het oog reikte. Af en toe werd de groene vlakte wat opgevrolijkt met een oranje tapijt van mini-goudsbloemen. Als je denkt met twee tolpoorten te maken te krijgen heb je het mis, we passeerden vier tolpoorten en betaalden totaal 65 dirham voor ongeveer 185 km. Even vòòr El Jadida  draaiden we weer de normale tweebaner op. Na een aantal kilometers werd de camping International d'el Jadida aangegeven. Om klokslag halfvier reden we het grote terrein op. Via een weg met grote klinkerkeien vonden we helemaal achterin bij een rotonde een geschikte plek. Na het inchecken (paspoort moesten we afgeven) het terrein verkend. Het is een mooie goed verzorgde camping met veel schaduwplaatsen en ook open veld, de toiletgebouwen zijn proper, er is alleen koud water. De prijs was 55 dirham zonder elektra. We hebben vandaag 196 makkelijke kilometers afgelegd. Vanwege de koude noordenwind konden we niet buiten zitten.

Zondag 19 maart.

De wind van gisteren was wat gaan liggen. Dikke wolkpartijen aan de hemel, af en toe een hoosbui. Om half tien stonden we buiten de poort van de camping. Op de boulevard hebben we koffie gedronken, het brede strand was druk bevolkt met jongens die allerlei sporten beoefenden. Toen we weer wegreden hield een zg. parkeerwachter zijn hand op, twee dirham hebben gegeven voor het nietsdoen. Tegenover de stadsmuren van de kasba hebben we  de camper op een bewaakte parkeerplaats neergezet. Via de zuidpoort zijn we het voormalige fort binnen gegaan. Terwijl we via de hoofdstraat naar de Portugese cisterne liepen werden we door enkele Marokkaanse jongens  in keurig Nederlands begroet en verzocht hun nerinkjes te bezoeken. "Doen we later", zeiden we. Halverwege de straat was de cisterne. Deze ondergrondse ruimte  34x34 meter was oorspronkelijk bedoeld als minutieopslag en wapenkamer. Na de bouw van de stadsmuren en vestingwerken werd de ruimte gebruikt om regenwater  in op te vangen. De gewelven worden ondersteund door vijf rijen zuilen. In het centrum van de ruimte is een lichtkoker met een diameter van 3 meter. Toen we via het voorportaal en een houten trap in de cisterne afdaalden moesten onze ogen even wennen aan de spaarzaam verlichte grote kelder. Het was er vochtig en klam. In het stilstaande water reflecteerden de gotische gewelven en gaven het geheel iets geheimzinnigs. Groene alg had zich op de stenen vloer en op de voet van de zuilen afgezet en maakte de ruimte wel heel bijzonder en mystiek. Een oude baas, die als gids fungeerde, legde ons in perfect Frans uit wat de functie van de cisterne destijds was. Hij wees ons op de rode streep op de muren, een markering van hoe hoog het water kwam, zo rond de twee en een halve meter. Ook vertelde de gids dat de cineast Orson Welles in 1949 een aantal scènes van Othello in de nevelige sfeer van de cisterne opnam. Vergeet bij vertrek de gids niet een aantal dirhams te geven! Nog onder de indruk van het bouwwerk  zijn we via de hoofstraat naar de zeezijde van het enorme fort gelopen. Bij de Porta do Mar met een groot ijzeren valhek zijn we even het kleine kei-strandje opgelopen vanwaar we uitzicht hadden op de buitenhaven en de kolossale verdedigingsmuren. Op het pleintje voor de poort speelden een aantal jongens mini-voetbal. Aan de linkerkant zijn we over een schuin omhoog lopend deel van de stadsmuur naar boven gegaan. Zeer brede muren, waarop een autobus zou kunnen rijden, waren voorzien van kantelen en schietgaten. We volgden de muurpartij langs de  Oceaan. Als je even over de muur kijkt, aanschouw je aan de ene zijde in de diepte de zee en aan de andere kant de dakterrassen van de huizen. In de straatjes ver beneden je speelt het dagelijks leven van de bewoners van het fort zich af. Aan het einde van de muur ontdekten we een synagoge met hoog in de gevel een Davidster met een halve maan erboven. Of er nog diensten gehouden worden weten we niet. Via dezelfde muur terug naar de bastion de l'Ange. Vanuit  de schietplatforms en muuropeningen waar nog oude kanonnen stonden opgesteld hadden we een schitterend uitzicht over de citadel en de haven. Via de 6 meter brede omgang bereikten we het eerste bastion "Saint Esprit".  Vanaf dit punt is het panorama op de omgeving en de nieuwe stad overweldigend. Via een trap kwamen we weer uit bij de toegangspoort en de hoofdstraat. Tijdens ons geslenter door een de smalle straatjes van de kasba ontdekten we een katholieke kerk die door de Portugezen gesticht was. Nog wat verderop wees een man mij op een kruis, weliswaar afgebrokkeld maar goed herkenbaar. Hij vertelde dat op die plek nog een katholieke kerk had gestaan. Na het verlaten van het fort hebben we nog even de soukh bezocht. Het was er keidruk. Er was weer van alles te koop. Toen we langs de halletjes van de gekleurde matten liepen probeerde een opdringerige verkoper ons een mat voor onder de luifel aan te smeren. We konden het niet eens worden over de prijs. Op de parkeerplaats aangekomen begroette de gardien ons hartelijk en maakte de weg vrij om er gemakkelijk te kunnen afrijden. Als beloning voor zijn diensten  hebben we hem 5 dirham, een aantal viltstiften en sigaretten gegeven. Om halfdrie reden we El Jadida uit op weg naar Oualidia.