Ait-Benhaddou



| Marrakech |


Geschiedenis/bijzonderheden.
Vòòr de elfde eeuw is Aït Benhaddou ontstaan. Het dorp is zeer strategisch gebouwd tussen het Mellah-dal en het Oulina-dal en in de elfde eeuw tijdens de heerschappij van de Almoravieden diende het als controlepost van de vele karavaantochten die richting het Dal van de Draa gingen. Dit heel bijzondere dorpje met huizen die men bouwde van de kleiachtige grondstof die men ter plaatse vindt heeft indrukwekkende zandkleurige torens en arcades. Ook nu gebruikt men blokken klei die in de hete zon gedroogd worden om de vervallen delen te restaureren. De pracht van weleer is bijna verdwenen. De ksar staat wel op de wereld erfgoedlijst, maar als niet gauw financiën beschikbaar stelt al de boel met de dag verbrokkelen. Een wandeling door de ksar is zeker de moeite waard en heel bijzonder. In het moderne dorpje aan de rechter oever van de rivier de Mellah zijn hotels en restaurants. Ook kan men er tussen de binnenmuren van een groot plein overnachten met de camper, een gardien houdt toezicht. De mooiste tijden om de ksar te bezoeken zijn in de ochtend en laat in de middag. Vanaf de parking loopt een straatje naar beneden met vele souvenir winkeltjes. Via een geimproviseerde dam steek je het riviertje over. Je kunt er kamelen tochten maken en de ksar met een gids of gewoon zelf bezoeken.

Dinsdag 11 april
Na een vrij frisse nacht en
een regenbui om zeven uur opgestaan.De lage ochtend zon scheen dun over d
e
camping Ait Oudinar. Het Duitse gezelschap van het rollende hotel stond al
paraat om met diverse terreinwagens een dagtocht door de gorges te maken. Toen
iedereen vertrokken was heeft de chauffeur van het rollende hotel de wagen in
zijn achteruit naar een hogergelegen plateau gereden, is daar gedraaid en met
een luid luchthoorn signaal de poort uitgereden. Wij zijn om tien uur
vertrokken. De terugweg door gorge was weer net zo spectaculair als de heenreis.
Onderweg verschillende keren gestopt om wee andere gezichtspunten en
invalshoeken te
aanschouwen. Bij een souvenirzaakje langs de weg zijn we even
gestopt om wat grappige dingen te fotograferen die de eigenaar van het halletje
had opgesteld. Ook nog een keer gestopt bij het ooievaarsnest. Wat foto's
geschoten van detailpunten van de moskee. Bij Boumaine Dadès de
N10 weer opgepakt. De ee
rste 25 kilometer rij je door oneindig woestijngebied.
Tussen de stadjes El Goumt en El-Kelaa-M'Gouna staan jongetjes langs de weg met
rozenslingers. In de winkeltjes bij en in de stadjes kun je flesjes rozenwater,
rozenzeep en farfum kopen De eigenlijke Vallée des Roses, waar de heerlijk
geurende roos van Damascus wordt gekweekt, ligt langs het riviertje de M'Goun.
Bij het stadje El Goumt kun je rechtsaf om bij de kwek
erijen te komen. Na een
stop in El-Keela waar we aan de koffie gingen zijn we verder gereden. De Route
des Kasba's is zeer de moeite waard en niet saai, dat begint na Imassine.
Woestijn, zandvlaktes en keienvelden. Toen we het stuwmeer El Mansour voorbij
waren en Ouarzazate weer binnenreden waren we opgelucht. Toch nog even gestopt
middenin de stad om op verhaal te komen. Een kwartiertje zijn we gebleven en
toen doorgereden. Snel hadden we de stad achter ons gelaten en hebben de afslag
Marrakech genomen de N9 op. Deze baan is in het begin nogal smal, hobbelig met
afgekalfde bermen en druk. Na zo'n 26 kilometer zagen we de afslag Ait Benhaddou.
We kwamen nu op een wit weggetje op de kaart, dat een z.g. éénbaner was, dus
smal met onverharde stroken aan beide zijden. De vele tegenliggers weken
uit op deze strook en lieten een wolk van stof achter zich. Het omringende
landschap is wonderschoon, met enkele woonkernen en rose/rood gesteente en
aarde. Links van ons de uitlopers van de Hoge Atlas met op sommige toppen nog
sneeuw. Rechts van ons het riviertje Asif Ourila, die zorgt voor een langgerekte
groene strook met palmen op een vruchtbare landbouwgrond. Om half zes reden we
Ait Benhaddou binnen. Een bordje met een verwijzing naar een camping konden we
niet vinden. Op een gegeven moment zagen we rechts van de weg een grote ommuurde
parkeerplaats waar we snel zijn opgereden. De oude gardie
n in uniform kwam op
ons a
f en dirigeerde ons naar een bepaalde plek. Op onze vraag og we hier
mochten overnachten zei de oude man "ja". Het kostte wel 10 dirham, een prikkie dus. Voorzieningen zijn er niet.
Met onze vrienden Atze en Marianne, die inmiddels ook gearriveerd waren, een
lekker glas wijn gedronken en de belevenissen van de dag opgehaald. 's Avonds
naar de ksar gelopen. In het straatje naar de
rivier zijn we blijven steken bij een
zaakje met mineralen, fossielen en allerlei andere voorwerpen van steen.
We hebben een paar mooie dingen uitgezocht en uiteraard onderhandeld over de prijs. Nadat beide partijen tevreden waren zijn we bij het riviertje terechtgekomen. Een paar kamelen lagen langs de oever uit te rusten van een vermoeiende dag. Met grindzakken had men een dammetje aangelegd. Via stenen op de grindbuidels kwam je droog aan de overkant. De stuntels
![]() |
||||
![]() |
||||
werden door kinderen geholpen, uiteraard tegen betaling, voor niets gaat de zon op. De ksar die tegen het gebergte is aangebouwd, zag er schitterend uit. Prachtig bewerkte torens staken boven de huizen uit. De zandkleurige gebouwen doen vreemd aan, eenvoudige vormen en weinig vensters. Toen we de hoofdingang wilden ingaan werden we gelijk door een paar mannen staande gehouden. Ze wezen naar een bord waarop geschreven stond, dat de entree 10 dirham p.p bedroeg. Daar hadden we geen trek in, iets wat openbaar is, daar hoef je niet voor te betalen. Na te zijn teruggelopen kwam er een jongen op ons af, die vertelde dat aan de achterzijde van het stadje een ingang was......geheel gratis. Hebben we de volgende dag gedaan. De totale reisafstand bedroeg vandaag 167 kilometer.
Woensdag 12 april
Mooi weer, strak blauwe
lucht, om negen uur 22 graden. Na de koffie zijn we naar de ksar getogen. Weer
het riviertje over en dan
naar rechts. De kamelen lagen nog te
rusten op een
jong beestje na. Een donkere jongen met gitzwart haar in dreadlocks-model
knuffelde het diertje en speelde ermee alsof het een hond was. Rustig zijn we
naar de achterzijde van de ksar gelopen. Op een terrein even voor het stadje
lagen tientallen stenen te drogen die men net uit de klei had gestoken. Toen ik
er één optilde kreeg ik de indruk dat z'on steen wel
vijfentwintig kilo woog. Na een paar
![]() |
|||
kunstnijverheidzaakjes en souvenir winkeltjes gingen we de kleine achteringang binnen en met ons diverse andere touristen. Via een wir-war van kleine straatjes en gangen dwaal je tussen de bewoonde huizen en ruïnes door. Niet één huis is hetzelfde. In de onbewoonbare en vervallen gebouwtjes ontdek je nog mooi bewerkte deuringangen en allerlei prachtige boogvormen. Het plaveisel in de krappe steegjes is zeer oneffen en bestaat uit grove brokken steen. Om op een hoger plan te komen moet een ruw trappenstelsel genomen worden. Je moet echt goede schoenen aan je voeten hebben! De bevoorrading van winkeltjes en stalletjes wordt per ezel verzorgd. Langs vele intieme plekjes tref je een keur aan stalletjes aan met Marokkaanse kunst. Bonte kleuren worden door de kunstenaars gebruikt. Prachtige berberhoofden worden op het schildersdoek gezet. Aan de noordzijde van de ksar werden we verrast met een subliem uitzicht op de besneeuwde toppen van de Hoge Atlas. Vanaf het hoogste punt van de ksar heb je een uniek panorama op de onmiddellijke omgeving en de prachtige torens. Wij zijn tot ongeveer de helft van dit bijzondere
plekje gegaan, je kunt hogerop, maar dan volgen er alleen nog
maar ruïnes. Om elf uur waren we bij de wagen terug. Na het nuttigen van een
bakkie zijn we vertrokken. Met een minuutje of twintig reden we de N9 op. Het
wegdek to
t het stadje Tizerine was puur slecht, daarna werd het beter. Langzaam
begonnen we te stijgen. Een hoogteverschil van 2200 meter moest overbrugd
worden. Vele haarspeldbochten volgden, onvergetelijke panorama's gingen ons
voorbij. Weer vele bergpatijen in de kleur roestbruin. Besneeuwde toppen rondom.
Vele stenen en mineralen verkopers langs de weg. Hun favoriete stenen zijn die
met de kleuren rood, groen en blauw. Je reinste nep, met een spuitbus
aangebracht. De natuurlijke kleur van zo'n gekerfde steen is melkachtig wit. Ze
hebben ze zo geverfd dat als de steen in de zon bewogen wordt de felle
kleurvlakjes schitteren in de zon. Wel mooi! Na de spctaculaire klim reden we de
Tizi-n-Tichkapas op, gelegen op een hoogte van 2260 meter. Een zeer koude wind
blies naar binnen toen we de deur openden. De 30 graden van vanmorgen had plaats
gemaakt voor nauwelijks 15 graden. Pas op voor de verkopers op deze pas, ze
proberen je
met allerlei slimme trucjes in hun winkeltje te krijgen, b.v. koffie of stripjes paracetamol ruilen voor stenen. Als je iets uitzoekt moet je meestal bijbetalen!!! Na dit oponthoud kregen we een prachtige afdaling. De weg slingerde zich met vele bochten naar beneden. Peilloze diepten gingen ons voorbij. Hier had men vangrail geplaatst, is ook nodig! Op een parkeerstrook zijn we even
gestopt om de omgeving in ons op te nemen. Voor zoiets moois moet je even de tijd nemen. Ver beneden ons namen we auto's waar in mini-formaat. De kleuren van het gebergte liepen van tintje groen naar zandkleur, dan weer rose en op sommige plekken rood/bruin. Vegetatie was er niet, alles was kaal en droog. Sprakeloos van al dit moois zijn we verder gereden. Nu in de 2e versnelling en bijremmend in de haarspeldbochten. Een half uur zaten we in de afdaling. Op een recht stuk weg zijn we even op de parkeerstrook gestopt om foto's te maken van prachtige gele bloemen die bossig in het dal langs de weg groeiden. Dit plekje waar we stonden lag echt in niemandsland, geen huizen, krotten of andere onderkomens en toch waren ze er ineens, twee schattige berbermeisjes. Grote bruine ogen, lieve bekkies en uiterst beleefd. Met vragende ogen keken ze ons aan, geen gebedel. Toen hun hand naar de mond ging, begrepen we het.....snoepjes! We hebben ze elk een paar muntdroppen en koekjes gegeven. Ze bedankten hartelijk. We werden uitgewuifd toen we verder reden. Verschillende keren kregen we tegenliggers, kleine vrachtauto's met op de bovenetage koeien, geiten of schapen. Bizar! Na het Atlas-gebergte werd de weg richting Marrakech
saai. Via de Route des Remparts reden we de drukke stad in. Na het nemen van de Route de Fez kwamen we op de Avenue du 11-janvier. Op de plattegrond van Marrakech hadden we gezien dat er achter de grote Moskee Koutoubia een parking was. Daar wilden we heen en dat viel niet mee! Het was rond de spits en een chaos in de stad. Aan een echtpaar op de brommer de weg gevraagd , hij wilde ons wel voor gaan. Bij de Place de la Liberté kwamen we op de Avenue Mohammed V terecht. Bij een soort muziekkapel zijn we rechtsaf gegaan. Vlak voor de moskee weer rechts de parking op. Hier was het ook een chaos, auto's die in- en uit wilden, schreeuwende gardiens en rotzooi. Voorzichtig en met veel geduld zijn we de bocht om gemanouvreerd. Helemaal achterin bij houten garageboxen met wapperende jute doeken ervoor waren nog twee plaatsen vrij, één voor ons en de ander voor onze vrienden, die we vòòr Marrakech ontmoet hadden. We moesten gelijk 50 dirham betalen, hiervoor mag je 24 uur blijven staan, wil je langer, is ook goed, ze komen elke dag even afrekenen. Er zijn geen voorzieningen. Toen de wagens stonden hebben we buiten op de krukjes in de warmte een lekker biertje gedronken. De bromfietser hebben we blij gemaakt met een blikje bier, oude lipsticks en viltstiften. We hebben vandaag 190 km gereden.
![]()